Het verhaal van Benoit

 

Ik ben geboren op 1 april 1962 in een Franse gemeente dichtbij de Belgische grens. Drie maanden later ben ik geadopteerd door een Belgisch koppel uit Antwerpen. Ik wist aanvankelijk niet dat ik geadopteerd was, mijn ouders hadden het nooit verteld. Ik hoef je dus niet uit te leggen dat het voor mij een hele shock was toen een vriendinnetje uit mijn klas me zei dat mijn ouders niet mijn biologische ouders waren. Ik was zes en wist niet eens wat adoptie betekende.

Toen ik thuiskwam, ging ik naar mijn vader en vroeg ik hem wat ‘geadopteerd zijn’ eigenlijk wil zeggen. Hij stuurde me door naar mijn moeder, die een boekje klaar had liggen met een ooievaar erop. Zij heeft me toen uitgelegd dat ik niet uit haar buik ben gekomen. Ik was bijzonder, zei ze, want de meeste kinderen zitten negen maanden in de buik van hun moeder en op mij hadden ze twee jaar gewacht. Daar was ik op dat moment tevreden mee, het was een uitleg die ik begreep.

Ongeveer zes jaar later moest ik op school een stamboom maken. Opnieuw zat ik met vragen: wie zet ik in die stamboom? Mijn adoptiefamilie, mijn onbekende biologische familie, of beide? Uiteindelijk besloot ik om mijn adoptiefamilie erin te zetten en over de rest te zwijgen. Ondertussen had ik ook gezondheidsproblemen gekregen. Keer op keer kwam er de vraag van dokters of nierziekten in de familie zaten. En keer op keer moest mijn moeder dan met een rood hoofd uitleggen dat ik geadopteerd was en we van mijn biologische familie geen medische informatie hadden. Ik vond het zelf ook allesbehalve prettig.

Ik wist dat mijn ouders ergens in huis een map hadden liggen met informatie over mijn adoptie. Ze hadden het mij bovendien verboden om die map aan te raken. Genoeg om mij curieus te maken, dus. Toen ik in de map ging kijken, vond ik mijn geboorteakte en allerlei papieren. Allemaal in het Frans. Aangezien ik toen nog geen Frans kon, nam ik alles mee naar school om te laten vertalen door een Franstalige vriendin (dezelfde die me op zesjarige leeftijd had gezegd dat ik geadopteerd was).

Zo ontdekte ik dat er in mijn geboorteakte eigenlijk niets stond. Ik zag alleen maar x’en:

Naam van de moeder: X

Naam van de vader: X

Ik was dus geboren ‘Sous X’, zoals we dat nu noemen, en wist nog altijd niets. De teleurstelling kon niet groter zijn.

Op mijn 18e heb ik contact opgenomen met de adoptiedienst Thérèse Wante, die mijn adoptie geregeld had. Daar werd ik goed ontvangen, maar al snel bleek dat het mijn zoektocht niet vooruit zou helpen. De adoptiedossiers waren kort daarvoor verbrand door een medewerker van de dienst. Van mijn dossier bleef alleen een steekkaartje over met minimale informatie. Opnieuw die teleurstelling.

Vanaf dat moment ben ik serieus beginnen met zoeken. Ik plaatste oproepen en zoekertjes in Franse en Belgische kranten, zocht contact met de media en kwam uiteindelijk ook met mijn verhaal op tv. Na die uitzending werd ik gecontacteerd door een man die zei dat hij mijn adoptie geregeld had. Hij beweerde informatie te hebben. Ik zou met hem afspreken, maar een tijdje voor onze afspraak overleed hij. Later kwam ik te weten dat hij gehandeld had in opdracht van mijn biologische vader.

Tussen mijn 18e en 38e heb ik obsessief gezocht naar mijn biologische familie, zonder veel resultaat. Op mijn 38e ben ik geëmigreerd naar Australië. Achteraf gezien was dat zeker een vlucht. Ik wilde even niet met mijn zoektocht bezig zijn. Ik heb toen verschillende jaren in het buitenland gewoond. Terugkomen naar België deed ik pas nadat mijn adoptievader terminaal ziek werd.

Door de ervaring die ik met mijn eigen zoektocht had opgebouwd, ben ik op een bepaald moment ook andere geadopteerden gaan helpen. Ik heb mij altijd geëngageerd voor geadopteerdenorganisaties die bezig waren met zoektochten. In die context hebben ze mij 11 jaar geleden gevraagd om mee mijn schouders te zetten onder ‘geadopteerd.be’. Door de jaren heen ben ik me steeds meer gaan toeleggen op adopties ‘sous X’ en heb ik uiteindelijk ook zelf een DNA-test gedaan.

Uit die DNA-test kwam een match met een achterneef uit Amerika. Ik kwam in contact met zijn moeder, die me graag wilde helpen maar zelf niet goed wist hoe we verwant waren. Na een krantenartikel in Het Nieuwsblad over adopties ‘sous X’ kwam er via een Facebookoproep een tip binnen van iemand die bij mijn moeder in de klas gezeten had. Die tip gaf me meer info over de DNA-match: ik wist nu langs welke kant de verwantschap zat. De moeder van mijn achterneef kon zo de link leggen met een nicht die in haar jeugd plots naar Frankrijk was gegaan ‘om Frans te leren’. In het dorp werd er toen al geroddeld over een mogelijke zwangerschap.

Op haar aanraden heb ik vervolgens contact opgenomen met een van de jongere zussen van mijn moeder. Nadien wist ik dat ik juist zat, het ging effectief om mijn biologische moeder. Met hulp van Adoptiehuis heb ik haar toen een brief geschreven. De huidige man van mijn moeder heeft er helaas voor gezorgd dat de brief nooit bij mijn moeder is geraakt. Aangezien ze terminaal ziek is, oordeelde haar man dat een ontmoeting tussen ons haar niet ten goede zou komen. Het is uiteindelijk mijn tante geweest die mijn moeder heeft verteld dat ze haar zoon gevonden had. De reactie van mijn moeder was er blijkbaar een van blijdschap en nieuwsgierigheid. Nadien hebben we via Adoptiehuis een afspraak met elkaar geregeld.

Samen met een medewerker van Adoptiehuis spraken we af bij haar thuis. Vreemd genoeg was ik die dag bijzonder kalm. Het eerste moment dat ik mijn moeder zag, wist ik meteen: “oké, dit zit goed, zij is mijn moeder, dit zit juist”. En ik vermoed dat het bij haar net hetzelfde was. Ons contact voelde meteen goed aan, we begrepen elkaar. Het lijkt misschien gek, maar de hechting die ik bij mijn adoptiemoeder nooit gevoeld heb, voelde ik bij haar meteen. Op voorhand had ik nagedacht over wat ik voor haar zou meenemen. Ik had witte orchideeën gekocht. Het bleken haar lievelingsbloemen te zijn.

Een van de eerste vragen die ze me stelde, was: “waarom heb je nu pas contact met me gezocht?”. Hoewel ze haar hadden verteld dat ik na de geboorte gestorven was, had ze altijd geweten dat ik nog leefde. Ik legde haar uit dat ik al jaren naar haar op zoek was, maar dat ze anoniem bevallen en dus moeilijk vindbaar was. Dat wist ze niet. Ze vroeg naar mij, naar mijn opvoeding en adoptieouders, ze vroeg of ik boos op haar was. Het was een aangenaam gesprek. Ze vertelde ook over zichzelf, over haar leven en mijn halfbroers en -zus. Op het einde zei ze: “feitelijk ben jij de enige van al mijn kinderen die echt op mij lijkt.” Dat vond ik erg aandoenlijk.

Tijdens het gesprek zei ze aanvankelijk dat ze verkracht was, maar enkele seconden later kwam ze daarop terug. Het was de leugen die ze altijd verteld had aan haar omgeving. Het deed haar deugd eindelijk de waarheid te kunnen zeggen. Ze was verliefd geworden op een veel oudere man. Het was voor mij een enorme opluchting om dat te horen. Mijn moeder was wel degelijk verliefd geweest op mijn vader.

Aan het einde hebben we afgesproken dat we elkaar nog vaker wilden zien. Haar echtgenoot wilde daar alleen mee instemmen als hij het ook aan hun dochter mocht vertellen, maar mijn moeder weigerde.

De dag nadien was ik erg onder de indruk van alle emoties. Ik had mijn hele leven gezocht, nu had ik gevonden, en wat nu? Mijn zoektocht van vele jaren was ten einde gekomen.

Ik heb mijn moeder sindsdien helaas niet meer gezien. Via mijn tante weet ik dat haar man niet wil dat ik haar nog terugzie. Hij vertrouwt me blijkbaar niet. Mijn moeder wil me wel nog graag zien, maar haar gezondheid is te zwak om haar mening door te duwen. Gelukkig heb ik wel een goed contact met mijn tante. Zij geeft af en toe boodschappen door.

Achteraf gezien zou ik alles zo opnieuw doen. Mijn zoektocht heeft dan wel jaren gekost, maar die 2,5 uur die ik met mijn moeder heb doorgebracht, zullen altijd ontzettend belangrijk voor mij blijven. Ik besef maar al te goed dat ik daarin veel geluk heb gehad. Er zijn duizenden mensen die hun hele leven zoeken en nooit vinden. Bovendien weet ik dat ik altijd welkom ben bij mijn tante. Op die manier heb ik toch een deel van mijn familie teruggevonden. Ik blijf natuurlijk hopen dat ik mijn moeder nog eens kan zien, maar die kans wordt met de dag kleiner.

Er heeft altijd een enorm taboe gelegen op adoptie. En dat is nog steeds zo. Omdat ik binnenlands geadopteerd ben, heb ik dat taboe als nog groter ervaren. Mensen hebben vaak tegen mij gezegd: “Je bent geadopteerd, maar je ziet het niet. Je zou blij moeten zijn!” Maar zo heb ik me nooit gevoeld. Ik ben wél geadopteerd en heb die ontbrekende puzzelstukjes mijn hele leven als een grote leegte aangevoeld. Mijn ouders hebben me altijd gezegd dat ze bewust voor een wit kind gekozen hebben, omdat andere mensen dan geen vragen zouden stellen. Maar het is niet omdat ik wit ben dat ik zelf geen vragen heb. Toch krijg je als witte geadopteerde voortdurend het gevoel dat je bijna automatisch dankbaar zou moeten zijn.

Het klinkt misschien vreemd, maar ik had als kind graag een gekleurde huid gehad. Dan was het duidelijk dat ik geadopteerd was. Nu was het nog meer taboe en moest ik nog dankbaarder zijn omdat je het niet zag. Ik besef uiteraard dat buitenlands geadopteerden ook met problemen te maken krijgen, maar ik heb altijd het gevoel gehad dat het bij hen tenminste duidelijk is: zij zijn geadopteerd. Punt. Daarom is het voor mij belangrijk om het taboe op binnenlandse adoptie bespreekbaar te maken. Het is belangrijk dat binnenlandse geadopteerden durven te zeggen: “ik ben geadopteerd en ik ben wit”. We hoeven ons niet weg te steken.

Door mijn eigen verhaal heb ik altijd een enorme drive gehad om andere geadopteerden te helpen om hun familie terug te vinden. Voor ik mijn moeder gevonden had, was het voor mij een vorm van therapie, want ik had niet gedacht dat ik ooit nog antwoorden zou krijgen. Nu ik mijn moeder ken, ben ik nog gemotiveerder om andere mensen op weg te zetten. Mijn tip aan andere geadopteerden die op zoek willen gaan, is altijd: doen! Maar als je het niet wil, is dat ook helemaal oké. Als ik andere geadopteerden help bij hun zoektocht, ondervind ik soms dat het vooral de omgeving is die antwoorden wil vinden en niet de geadopteerde zelf. Ik vind dat wel of niet zoeken een heel bewuste keuze moet zijn die alleen jij kan maken. Het is belangrijk dat je doet wat je hart zegt en je je niet laat beïnvloeden door de mensen rond je.

Nu, na al die jaren, weet ik dat het voor mij de juiste keuze was om te blijven zoeken. Sinds ik mijn moeder gevonden heb, is er rust gekomen in de onrust die er altijd was. Het verhaal is rond nu. Ik vind het een mooie afsluiter.