Nazorg voor geadopteerden

 
 
 

Bron: De Standaard op 14 oktober 2019
Redactrice: Veerle Beel
Foto's: Jimmy Kets

Ook geadopteerden die in een warm nest terechtkomen, kunnen twijfels en vragen hebben. Het Steunpunt Adoptie startte daarom vorig jaar a-Buddy op: een hulpplatform waarop geadopteerden kunnen chatten met lotgenoten. Ze kunnen ook een eigen buddy krijgen. Het is uniek in Europa, maar helaas nog te weinig bekend. Drie geadopteerden vertellen waarom lotgenotencontact zo belangrijk is.

BINITA PINOY (27)
‘LOTGENOTEN BEGRIJPEN JE ONMIDDELLIJK’

‘Ik probeerde eerst te verbergen dat ik geadopteerd ben, wat moeilijk is als je op school en in je omgeving de enige met een kleur bent.’ 

Toen ze bijna 16 was, reisde ­Binita Pinoy (27) uit Mechelen voor het eerst sinds haar adoptie op vierjarige leeftijd terug naar haar geboorteland ­Nepal, in het gezelschap van haar ouders en broer. Ze ontmoette er haar biologische vader en zus. ‘Achteraf ­gezien heb ik die reis niet erg bewust beleefd, maar het was wel het begin van iets in mijn hoofd, van het besef dat adoptie een groter verhaal is dan ik eerst dacht.’

‘De reis hielp me om meer ­te kunnen vertellen aan mensen die naar mijn oorsprong vroegen. Voordien weerde ik vragen af: “Nee, nee, ik ben een Belg zoals jullie.” Ik probeerde te verbergen dat ik geadopteerd ben, wat moeilijk is als je op school en in je omgeving de enige met een kleur bent.’

Twee jaar geleden meldde haar Nepalese zus plots via Facebook dat ze zou trouwen, over twee ­weken al, en vroeg of Binita erbij kon zijn. ‘Ik was op stage in Spanje. Ik heb geaarzeld, ik heb erover geskypet met mijn ouders in België, maar ik vond het eng om zo halsoverkop te beslissen. Een reis naar Nepal is voor mij nooit zomaar een reis.’

Tentoongesteld

‘We hebben een week bij mijn biologische vader in Nepal gelogeerd. Er kwam zoveel volk op bezoek, dat we het gevoel kregen dat we tentoongesteld werden.’

Dit jaar in april is ze samen met haar vriend teruggereisd. ‘Ik had hoge verwachtingen. Ik ben daarin misschien naïef geweest.’

‘Mijn zus was net bevallen van haar eerste kind. Daardoor heb ik haar minder gezien dan ik had gehoopt. Je kunt niet verwachten, na elf jaar en nadat iedereen zoveel gegroeid is en verder is gegaan met zijn leven, dat alles nog hetzelfde zal zijn.’

‘We hebben een week bij mijn biologische vader gelogeerd. Er kwam zoveel volk op bezoek, dat we het gevoel kregen dat we tentoongesteld werden: “Dit is nu mijn dochter uit België.” Ik zag zoveel familie dat ik mij begon af te vragen waarom zij mij niet opgevangen hebben, toen mijn vader het niet aankon om twee dochters alleen groot te brengen.’

‘Ineens wilde hij een Nepalees paspoort voor mij aanvragen – dat heb ik kunnen verhinderen. Blijkbaar heeft hij een heel ander idee over adoptie. In mijn ogen is het een straffe beslissing, maar ik denk dat hij misschien niet goed wist waarmee hij toen heeft ingestemd. Vanwege de taalbarrière heb ik de vele vragen die ik daarover had, niet kunnen stellen. Ook niet de vragen over mijn biologische moeder. Ik wilde daar geen bom doen ontploffen.’

Toen Binita zich recent aanmeldde om a-Buddy voor andere geadopteerden te worden, en ze op een kennismakingsweekend zichzelf moest voorstellen, vloeiden er tranen.

‘Alle emoties van die reis kwamen er in een grote ontlading uit. Andere deelnemers, ook geadopteerden, zijn toen in kleine groepjes met mij komen praten. Zo ben ik tot de ontdekking gekomen dat het deugd doet om mijn verhaal te vertellen. Lotgenoten begrijpen direct waarover je het hebt. Zelfs als je maar flarden vertelt, begrijpen ze het nog.’

ANTHONY COSYNS (40)
‘GEEN KLEURTJE, TOCH HEB IK ERMEE GEWORSTELD’

‘Er was een tijd dat ik het woord zelfs niet kon uitspreken. Zo kwaad was ik.’

‘Er was een tijd dat ik het woord zelfs niet kon uitspreken. Zo kwaad was ik’, zegt Anthony Cosyns (40). ‘Maar vandaag ben ik ermee in het reine. Ik heb er jaren over gedaan.’

‘Mijn verhaal is niet spectaculair. Ik ben een binnenlandse geadopteerde. Ik heb geen kleurtje, zoals geadopteerden uit het buitenland. Dat maakte dat andere mensen vaak niet goed begrepen waarom ik ermee worstelde. “Wees blij”, zeiden ze. “Wees dankbaar.” En: “Ge moet daar niet over klagen.” Toch ben ik geadopteerd en is dat een ervaring waar ik helemaal doorheen ben moeten gaan.’

De kindertijd van Anthony verliep onbekommerd. Hij was en voelde zich erg gewenst en kwam als jonge baby in een warm nest terecht. Altijd enig kind gebleven, ­omdat zijn ouders het lot geen tweede keer wilden tarten. ‘Het besef dat ik geadopteerd was, drong pas tot me door in het zesde studiejaar, toen we voor het eerst lessen in seksuele opvoeding kregen. De grond zakte onder mijn voeten weg. Mijn ouders hebben nooit voor mij verborgen gehouden dat ik een adoptiekind was, maar ineens viel het inzicht boven op mij: wie heeft mij gemaakt? Wat is mijn familie voor mij? Wie is mijn familie? Wie ben ik? Is het leven dat ik leid, waar of fake?’

Niet goed genoeg

‘Ineens viel het inzicht boven op mij: wie heeft mij gemaakt?’

‘In je puberteit gaat iedereen op zoek naar wie hij is en waar hij naartoe wil, maar bij mij kwam er een heel stuk bij. Ik moest mezelf herdefiniëren en ook mijn relaties met mijn familie en relaties in het algemeen. Mijn ouders hebben dat zo goed en zo kwaad mogelijk proberen op te vangen. Niet evident, besef ik nu. Ik heb weleens dingen gezegd die hard aangekomen zijn. Maar ze hebben ontzettend hun best gedaan en de verbondenheid is gebleven. Ze wordt zelfs sterker met de jaren. Het zijn en blijven mijn ouders, punt uit. Wat zijn ouders anders dan de mensen die je opvoeden en die je waarden meegeven?’

‘Maar ik geef toe dat ik me ook altijd een beetje anders heb gevoeld. Het is moeilijk te verwoorden hoe zich dat manifesteert. Het is erg subtiel. Ik worstelde ook met gevoelens van afwijzing en schuld. Als mijn biologische moeder mij niet wilde hebben, was dat wellicht omdat ik niet goed genoeg was? Specifieke hulp voor geadopteerden bestaat nog niet zo lang. Ik heb het geluk gehad dat ik op de juiste momenten mensen ben tegengekomen die me daarmee geholpen hebben.’

‘Daarom heb ik me aangemeld als a-Buddy voor andere geadopteerden. Ik ben er trots op dat ik vandaag anderen kan helpen, die met dezelfde vragen zitten. Ik leer zelf ook veel uit die contacten. Zien dat je niet alleen bent of was in je eenzaamheid en je pijn, dat alleen al is enorm steunend.’

SHEELA GRAMMENS (38)
‘IK PROBEERDE EEN VOORBEELDKIND TE ZIJN’

‘Zoals veel geadopteerden voel ik een leegte in mij, die me bij momenten triest, depressief en onrustig maakt.’  

De eerste foto’s die Sheela van zichzelf heeft, zijn gemaakt in India, vlak voor ze met haar adoptievader naar België zou vertrekken. ‘Ik zie er triestig uit en er vloeien veel traantjes. Ik ben een verward kind dat niet weet wat er gebeurt.’

‘Ik was een erg timide kind en mijn eerste ervaringen op school zal ik nooit vergeten. Kinderen kunnen hard zijn voor elkaar. Ik dacht: als ik doe wat mij gevraagd wordt, en hard mijn best doe, zullen ze mij wel aanvaarden. Dan zullen mijn adoptieouders ook trots zijn en mij graag zien. Het was een overlevingsstrategie. Ik probeerde een voorbeeldkind te zijn.’

‘In mijn puberteit gingen mijn adoptieouders door een vechtscheiding. Ik ging almaar slechter presteren op school. Ik voelde me triestig, eenzaam, ervaarde voortdurend stress en ik heb toen ook een paar ­pogingen tot zelfdoding ondernomen. Psychologische hulp baatte niet en ik kon thuis ook mezelf niet zijn. Omdat het op school en in mijn verdere studies niet zo goed liep, ben ik al vroeg beginnen te werken. Uiteindelijk heb ik daardoor de kans gegrepen om van Maldegem naar Brussel te verhuizen. Ik had daar nood aan. Ik moest, letterlijk en figuurlijk, weg uit die thuissituatie.’

Geen verjaardagsfeest

‘Ik heb de radicale beslissing genomen om het contact met mijn adoptieouders te verbreken.’

‘Rond 2007 heb ik de radicale beslissing genomen om het contact met mijn adoptieouders te verbreken. Ik weet dat dat hard klinkt. Zoals veel geadopteerden voel ik een leegte in mij, die me bij momenten triest, depressief en onrustig maakt. Dat is niet voortdurend, het gaat op en neer. Dezelfde gevoelens van onrust voel ik bij mijn adoptieouders. Ik besef dat zij in mijn jeugd­jaren ook hun eigen, persoonlijke problemen hadden.’

‘Met de feestdagen sturen ze me nog een berichtje, en ook met mijn verjaardag, maar die vier ik niet. Want de datum in mijn adoptiedossier is wellicht niet correct, zoals bij veel geadopteerden. Ik antwoord nooit op hun berichten, en ze weten dat. Ik besef wel dat zij ook maar mensen zijn die fouten kunnen maken, zoals andere ouders. Maar je moet het accepteren zoals het is: het verleden kan je niet veranderen, maar de toekomst heb ik nu zelf in handen.’

‘Ik ga bijna maandelijks naar gespreksgroepen voor geadopteerden in Nederland, want helaas vind je die in België bijna nergens. Ik ervaar daar begrip en een enorme verbondenheid en erkenning. Daardoor begin ik nu pas veel aspecten van mezelf beter te begrijpen. Ik heb al veel lotgenoten ontmoet en begin te beseffen dat elk verhaal anders is, maar dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, of het nu goed of minder goed verlopen is. Ik ben niet de enige die gebroken heeft met haar adoptieouders. Ik hoef me daarover niet te schamen.’

‘Daarom ook wil ik dit verhaal delen en wil ik a-Buddy worden: om andere en ook jonge geadopteerden te tonen dat ze niet alleen zijn. Had ik als opgroeiende tiener maar zo’n buddy gehad!’